Valbeveiliging harnas en de verschillende onderdelen

Werk je op hoogte, bijvoorbeeld op een dak of in de steigerbouw? Dan is goede valbeveiliging noodzakelijk. Een goed afgesteld veiligheidsharnas is je eerste beveiliging bij een val. In dit blog leggen we uit hoe een harnas voor valbeveiliging in elkaar zit en waar je op moet letten bij gebruik.

1. Inbindpunten

Inbindpunten zijn de verbindingen tussen je veiligheidsharnas en andere onderdelen van je valbeveiliging, zoals een leeflijn of positionering. Ze zijn ontworpen om krachten bij een val op een veilige en comfortabele manier over je lichaam te verdelen.

Deze punten zijn meestal uitgevoerd als metalen D-ringen, en vind je meestal op:

  • Je bovenrug (tussen de schouderbladen);
  • Je borst;
  • Je buik of romp;
  • Beide heupen.

De enige officieel genormeerde inbindpunten zijn de A-punten, zoals beschreven in EN 361. Deze zijn geschikt voor het opvangen van een val:

  • Rugpunt (achterkant) – standaard voor valbeveiliging;
  • Borstpunt (voorkant) – vaak gebruikt bij ladders of verticale lijnen.
    Let op: bij sommige harnassen moeten twee borstpunten samen gebruikt worden (aangeduid met A/2) om 1 ankerpunt te vormen.

In de context van de norm EN 361 (die betrekking heeft op valharnassen voor valbeveiligingssystemen), verwijst een A-punt naar het aanhechtingspunt (anchor point) dat bedoeld is voor het opvangen van een val. Dit voorkomt natuurlijk geen val , maar breekt wel de val om erger letsel te voorkomen. 

De term "A-punt" is afkomstig van het Engelse "Attachment point" en wordt in verschillende documenten en merken ook anders benoemd of aangeduid. Hier zijn enkele alternatieve benamingen of synoniemen voor A-punten, zoals je ze kunt tegenkomen in normen of in de praktijk:

Alternatieve benamingen voor A-punten:

  1. Valbeveiligingspunt – algemene Nederlandse term;

  2. Valstop-ankerpunt – benadrukt het doel: valstop;

  3. Ankerpunt voor valbeveiliging – iets formeler;

  4. Inbindpunt – informeel, maar gebruikt in de praktijk;

  5. Verankeringspunt – ruimer toepasbaar, maar kan ook voor andere PBM gebruikt worden;

  6. Bevestigingspunt (voor valbeveiliging) – algemene term, soms in handleidingen;

  7. Dorsale bevestigingslus (of D-ring) – wanneer het gaat om het rug-aanhechtingspunt;

  8. Sternale bevestigingslus (of D-ring) – als het een borst-aanhechtingspunt betreft;

  9. EN 361 A-punt – in technische documenten gebruikt men soms nog letterlijk deze aanduiding.

EN 361-specificaties

In de norm zelf worden A-punten vaak gemarkeerd op harnassen met het label:

  • “A” – enkelvoudig gebruik.

  • “A/2” – duidt op twee gecombineerde aanhechtingspunten die samen als één A-punt functioneren (bijvoorbeeld twee borstlussen die samen een borst-A-punt vormen).

 

Daarnaast heb je inbindpunten die géén val mogen opvangen, zoals de ringen op je heupen. Deze gebruik je voor werkpositionering of ondersteuning bij klimmen, zo worden de D-ringen op de heupen en de romp vaak gebruikt om je positioneringslijnen aan vast te maken. Ze vallen niet onder valbeveiliging en zijn dus niet geschikt als enige zekering bij risico op vrije val.

Valbeveiliging harnas onderdelen

2. Schouderbanden: voor juiste krachtverdeling

De schouderbanden lopen over je schouders en verdelen de krachten bij een val over je bovenlichaam. Ze moeten goed aansluiten, zonder te knellen of te verschuiven. Dit voorkomt letsel bij een eventuele val.

3. Borstband: voorkomt verschuiving

De borstband zorgt ervoor dat de schouderbanden niet van je schouders glijden. Bij sommige harnassen zit hier ook een extra bevestigingspunt, vooral bedoeld voor verticale toepassingen zoals ladders.

4. Beenbanden: houden je veilig in het harnas

De beenbanden lopen rond je bovenbenen en zorgen ervoor dat je stevig in het harnas blijft zitten bij een val. Ze zijn essentieel om te voorkomen dat je uit het harnas glijdt.

De afstelling moet precies goed zijn:

  • Strak genoeg om veiligheid te garanderen;

  • Comfortabel genoeg om de bloedsomloop niet te belemmeren.

Een simpele controle voor de juiste pasvorm:

Schuif je hand tussen je been en de band, maak een vuist en probeer die er weer uit te halen. (letterlijk: de vuistregel)
Lukt dat niet? Dan zit je goed.

Zo weet je zeker dat de band functioneel én comfortabel zit, precies zoals het hoort bij je valbeveiliging.

Valbeveiliging harnas aantrekken tips

5. Verstelgespen: pasvorm op maat

Gespen op schouders, borst en benen maken het mogelijk je veiligheidsharnas goed af te stellen. Er zijn verschillende types (automatisch, handmatig), maar het belangrijkste is dat ze goed sluiten en stevig vastzitten.

6. Padding: extra comfort bij langdurig gebruik

Sommige harnassen hebben zachte padding op de schouders, rug of benen. Dit verhoogt het comfort, vooral als je langere tijd werkt of veel beweegt.

7. Labels en markeringen: check altijd de info

Elk harnas bevat een label met productinformatie:

  • Serienummer;
  • Productiedatum;
  • Normeringen (bijv. EN 361);
  • Inspectiedatum.

Is het label onleesbaar of is het harnas ouder dan 10 jaar vanaf de productiedatum? Dan mag het harnas niet meer gebruikt worden.
Zorg er dus voor dat het label altijd intact en goed leesbaar is. Een beschadigd of vervaagd label kan ertoe leiden dat het harnas wordt afgekeurd bij de jaarlijkse keuring, ongeacht de technische staat van het harnas zelf.

Kortom: geen geldig label = geen goedgekeurd harnas.

 

Valbeveiliging in de praktijk: waar moet je op letten?

  • Inspecteer je harnas voor elk gebruik;
  • Zorg voor een juiste pasvorm (goed afgesteld = veilig);
  • Bewaar droog en schoon (geen olie, UV of chemicaliën);
  • Laat jaarlijks keuren door een gecertificeerd bedrijf.

Voordat je persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) voor valbeveiliging gebruikt, is het belangrijk om eerst te kijken of collectieve valbeveiligingsmaatregelen, zoals hekken of leuningen, mogelijk zijn. Als dit niet voldoende is, of niet mogelijk, dan komen PBM's in beeld. Daarnaast moet je de relevante wet- en regelgeving kennen en de juiste PBM's selecteren, controleren en onderhouden. 

Hier is een stappenplan:

  1. Collectieve maatregelen:
    Overweeg en implementeer waar mogelijk collectieve valbeveiligingsmaatregelen zoals hekken, leuningen, of steigers om valgevaar te voorkomen. 
  2. Risicoanalyse:
    Evalueer de risico's van valgevaar op de werkplek. Factoren zoals de hoogte, de aard van de werkzaamheden en de omgeving spelen hierbij een rol. 
  3. Selectie van PBM's:
    Kies de juiste PBM's op basis van de risicoanalyse. Denk aan valbeveiligingsgordels, veiligheidsharnassen, vanglijnen, valstopblokken, of positioneringssystemen. 
  4. Inspectie en onderhoud:
    Voer vóór elk gebruik een visuele inspectie uit van de PBM's op beschadigingen, slijtage of defecten. Laat de PBM's periodiek keuren door een bevoegd persoon, en volg de voorschriften van de fabrikant op voor onderhoud. 
  5. Training en instructie:
    Zorg ervoor dat werknemers de juiste training en instructie krijgen over het correcte gebruik, de beperkingen en het onderhoud van de gekozen PBM's. 
  6. Gebruik:
    Zorg ervoor dat de PBM's correct worden gebruikt en dat ze op de juiste manier zijn bevestigd en aangesloten. 
  7. Wet- en regelgeving:
    Zorg ervoor dat de PBM's voldoen aan de relevante normen en wetgeving, zoals de NEN-normen voor valbeveiliging en de Arbowet. 

Door deze stappen te volgen, kun je de risico's van werken op hoogte minimaliseren en een veilige werkomgeving creëren. 

Tot slot

Een harnas voor valbeveiliging is geen overbodige luxe. Het is verplicht tijdens op hoogte werken als er geen collectieve maatregelen te treffen zijn. Het is vooral bedoeld om jouw veiligheid te garanderen. Of je nu werkt op een dak, in de installatie, bouw of techniek: goede valbeveiliging begint bij het juiste materiaal en goed gebruik.